Maar de bedoeling blijft hetzelfde
In 2023 bestond de JP 25 jaar als zelfstandige stichting. Een goed moment om terug – en vooral vooruit! – te blikken. Drie JP-ers gaan in gesprek: welke veranderingen zien zij in de vragen van mensen? Wat vraagt dat in hun werk?En wat signaleren zij in de samenleving?

Aan het woord:

Yvet Rabius, was locatiecoördinator van de Burgemeester Roelenweg in Zwolle en werd in april 2024 regiocoördinator. In Zwolle ondersteunt ‘haar’ team van 40 JP-ers zo’n 160 mensen in de wijk: gezinnen, volwassenen, ouderen en kinderen.
Debby Huis in ’t Veld, locatiecoördinator van twee locaties in Deventer: Het Fetlaer, waar 15 mensen zelfstandig in een appartementencomplex wonen, en De Vijfhoek, van waaruit families en individuen ondersteund worden in de wijk.
Wilma Lammers, als locatiecoördinator verbonden aan verschillende werk- en dagbestedingslocaties in Enschede en Deventer: Werken en Leren Erve ’t Leppink en Stadsboerderij De Wesseler in Enschede en eerder (onder andere) Informatiecentrum Den Nul, vlakbij Deventer.

Als je naar de afgelopen 25 jaar kijkt, wat is dan volgens jullie de grootste verandering?
Yvet: ‘Ik denk dat we in onze sector veel bewuster zijn geworden van onze rol. Waar we eerst in de zorg bijna alles van mensen overnamen, zijn we sinds de jaren ’90 steeds meer bezig met wát we doen en hóe we dat doen. We zijn bewuster van ons vak en onze professionaliteit. Tegenwoordig kijken we meer naar wat we voor iemand kunnen toevoegen, in plaats van over te nemen.’

Debby: ‘Ja, dat zie ik ook zo. Daarbij wordt er veel meer gekeken naar wat er al ís. Zijn er familieleden of sociale contacten die iets kunnen betekenen? Wat heeft iemand zélf al georganiseerd? Die verschuiving zag ik ook bij de organisatie waar ik eerder werkte. Van álles op een woonterrein, zoals een kapper of een winkel… naar het besef: iemand hééft al een kapper. Of een vaste supermarkt.’

Wilma: ‘En om dat aan te vullen: we kijken niet alleen naar wat er is, maar ook meer naar wat iemand kán. Dat gaat over eigenwaarde. Er mogen zijn, zelf regie hebben en gewaardeerd worden. Ik ben actief bij het ontwikkelen van dagactiviteiten binnen de JP en ik zie dat werk een grote rol in die eigenwaarde heeft. Op dit moment maken we bij de JP grote stappen in hoe we naar dagactiviteiten kijken.’

Wat voor stappen zijn dat?
Wilma: ‘Dat we ons steeds meer bewust zijn van wat werk voor iemand betekent. Waar kom je elke morgen je bed voor uit? Die vraag is zó belangrijk. Vroeger kreeg iemand een werkplek omdat we daar goede ervaringen mee hadden. Maar dan sla je iets belangrijks over, namelijk de vraag: waar word je gelukkig van? Nu willen we veel meer vanuit dromen werken. Want achter de droom ‘ik wil piloot worden’ bijvoorbeeld, kan nog een hele andere vraag zitten. Die vraag wil je vinden en versterken. Zo kunnen we aansluiten bij datgene waar iemand ten diepste blij van wordt.’

‘Het is nodig dat we anders naar dagactiviteiten gaan kijken’

Wilma-Lammers-locatiecoordinator-1024x681

Waarom is die verandering nú actueel?
Wilma: ‘Enerzijds omdat we steeds nieuwe inzichten ontwikkelen. Maar soms dient zich ook ineens een situatie aan. Zo werd ik vorige maand ineens twee keer benaderd voor een ‘voorliggende werkvoorziening’. Terwijl ik daar nooit eerder mee te maken heb gehad. Kortgezegd is dat voor mensen die eigenlijk tussen wal en schip vallen; iemand heeft dan geen dagbestedingsindicatie, maar wel het vooruitzicht om betaald werk te kunnen doen. Bij de JP kijken we nu of wij hen kunnen begeleiden naar een gezond werkritme.’

En Yvet, welke beweging zie jij in de ambulante ondersteuning?
Yvet: ‘Met name dat we steeds later worden ingeschakeld. Dat heeft te maken met wat we al eerder zeiden: dat wat je zelf kunt, met je netwerk, is het uitgangspunt geworden. Kom je daar niet uit? Dan is er maatschappelijk werk. Lukt dat niet, dán pas komen wij aan bod voor individuele ondersteuning. Het is schrijnend om te zien dat mensen soms heel lang zelf hebben ‘aangemodderd’. De problematiek is daardoor vaak al heftiger, met uitval of huiselijk geweld. Dan had ik het iemand gegund dat we er eerder bij waren geweest. We zien ook vaker jonge mensen en kinderen die vastlopen. Die bijvoorbeeld weinig levensvreugde meer ervaren of niet meer naar school gaan. En dan is er al heel veel gedaan. Dat is heel verdrietig om te zien.’

Debby: ‘Dat komt inderdaad wel door hoe we het in de samenleving met elkaar inrichten. Het uitgaan van ‘wat kun je zelf’… daarin slaan we soms een beetje door, denk ik. Vanuit een goede intentie, hoor. Dat is wel écht zo. Maar soms is die blik gewoon té zwart-wit. Dat zie ik ook in het wonen. Eerst vonden we het groepswonen, dat gezamenlijke, belangrijk. Daarna gingen we naar individueel wonen, in een eigen appartement. Maar we vergeten weleens dat er ook nog een grijs gebied is. Vaak moet iets eerst zwart-wit worden, voordat we samen het grijze gebied kunnen zien, zeg ik weleens. En ik denk dat we midden in dat proces zitten. Organiseerden we vijf jaar geleden een gezamenlijk koffiemoment, dan werden we vreemd aangekeken. Terwijl mensen nu anders reageren: “Oh! Is daar behoefte aan? Wat mooi!” Het mag weer wat meer, lijkt het.’

Yvet: ‘Grappig dat je dat zegt. De behoefte aan het gezamenlijke zien we bij ondersteuning in de wijk namelijk ook meer. Terwijl ik er eigenlijk voor ben om iemand aansluiting te laten vinden in de eigen wijk. Maar dan organiseren we tóch een centrale inloop waar cliënten elkaar kunnen ontmoeten voor koffie of een spelletje. Want als dat een terugkerende vraag is, is het nodig om een open blik te houden.’

‘Soms moet iets eerst zwart-wit worden om het grijze te kunnen zien’

Debby-Huis-in-t-Veld-locatiecoordinator

Wat vragen zulke ontwikkelingen in je werk?
Yvet: ‘Kijk je naar die grotere problematiek, dan vraagt dat om snelheid. Want we weten dat iemand best lang heeft gewacht. Dan wil je zo snel mogelijk om tafel en bekijken hoe we kunnen helpen. En, heel belangrijk: dat iemand dat zélf ook ziet zitten. Ook duiken we direct in grote onderwerpen, zoals bewindvoering, dreigende uithuisplaatsing of verslavingsproblematiek. Dat er al zoveel is gedaan, betekent óók dat we direct breder kunnen kijken. Bijvoorbeeld naar dagactiviteiten, waar mensen weer kunnen ervaren dat ze ertoe doen. Zeker met kinderen en jongeren die zijn uitgevallen op school. Als ze al zoveel veranderingen hebben gehad, wil je dat ze voelen dat ze gezien worden. Dat ze belangrijk zijn.’

Wilma: ‘Die ontwikkeling zie ik inderdaad ook bij onze dagactiviteiten. Er zijn meer kinderen en jongeren dan voorheen. Zo begeleiden we nu een jongen die ook net door de JP ondersteund wordt bij wonen. Dan is het zó belangrijk dat we goed kijken: waar gaat hij nou van ‘aan’? We willen ontzettend graag dat dit een succeservaring voor hem wordt. En dat die ervaring voor hem, in kleine stapjes, kan bijdragen aan het terugkeren naar school.’

Debby: ‘Dat is een heel mooi voorbeeld van samenwerking in ambulante ondersteuning, dagactiviteiten en wonen. Daarin kan er nog zoveel meer! De problemen die mensen hebben, gaan bijna nooit alléén over wonen of alléén werken. Door samen op te trekken, kunnen we ondersteunen bij het leven. Dan is het een totaal.’

Welke ontwikkeling zie jij in het wonen, Debby?
Debby: ‘Bij Het Fetlaer zie ik weer iets anders, namelijk vergrijzing. Daar komen steeds meer vragen van ouder wordende mensen. Daarom heb ik net iemand aangenomen die eerst met ouderen werkte. Zij voegt haar expertise toe aan ons team. Zo ontstaat er een mooie balans en kun je met elkaar het juiste blijven doen.’

Kun je elkaar ook extern aanvullen, zeker als het om maatschappelijke ontwikkelingen gaat?
Debby: ‘Absoluut! In de sector zijn veel organisaties alles voor zichzelf gaan organiseren, terwijl nu ook steeds meer dat grijze gebied zichtbaar wordt. Maar we kunnen gebruikmaken van elkaar.’

Yvet: ‘Iedere organisatie werkt vanuit een eigen kleur. Maar dat je van elkaar weet waar je mee bezig bent, kan enorm helpen bij wat je voor iemand kunt betekenen.’

Wilma: ‘Precies, dat we investeren in contacten en veel op pad gaan, is belangrijk. En ook buiten je vaste lijnen denken. Zo was er een meisje dat vastliep in haar dagbesteding. We hebben toen een onafhankelijke professional gevraagd, iemand die haar niet kende. Door gericht vragen te stellen, heeft zij helpen ontdekken waar dit meisje nu echt gelukkig van wordt. Dan kom je tot verrassende inzichten. Zo bleek ze graag met ouderen te willen werken, die ambitie had niemand van ons ooit gezien. Terwijl we nu denken: past perfect! Die onafhankelijke blik, zonder invulling te geven, geeft een ander perspectief. Maar dat moet je wel opzoeken.’

Yvet: ‘Een cliënt vertelde ons elke keer hoe eenzaam ze was. Dan kun je denken: oké, dan bezoeken we haar vaker. Maar daarnaast kun je óók kijken naar innovaties. We wisten bijvoorbeeld dat een collega-zorginstelling
precies op dat vlak bezig was. Een collega van ons liep daar een dag mee en zag wat een robotkat daar voor iemand betekende. Nu heeft ook onze cliënt zo’n robotkat waar ze héél gelukkig mee is. Maar dat moet je wél net weten.’

Hoe doe je dat?
Yvet: ‘Daar komt ook ondernemerschap bij kijken. Pasgeleden was ik bij de overlegtafel van een gemeente. Want de gemeente heeft allemaal mooie initiatieven en ook organisaties ontwikkelen van alles. Maar hoe weet je dat van elkaar? En hoe maak je gebruik van elkaar? Daar gaat deze structurele bijeenkomst over. Daarin kan de samenleving nog veel winst behalen. Maar ook bínnen de JP moeten we steeds kritisch blijven op ‘wat er al is’ én hoe we elkaar kunnen inzetten. Elkaar daarin kennen en het benutten van je netwerk wordt steeds belangrijker.’
Debby: ‘Die zoektocht naar uitwisseling hebben we organisatie-breed ook met elkaar. Je kunt zelf simpelweg al nadenken hoe je je op JP Start presenteert. Heb je daar jouw kwaliteiten genoemd en kunnen collega’s jou daarop vinden?’
Wilma: ‘Op die manier kunnen we elkaar aanvullen. Ook als collega’s hoeven we niet steeds opnieuw het wiel uit te vinden.’

‘We hebben elkaar écht nodig. En ik vind dat persoonlijk een mooie ontwikkeling’

Yvet-Rabius-regiocoordinator

Tot slot: hoe kijk je naar de toekomst?
Yvet: ‘In de sector kennen we allemaal dezelfde uitdagingen en zijn we met dezelfde stappen bezig. We zien allemaal een toekomst waarin medewerkers schaarser worden, terwijl er steeds meer intensieve zorg nodig is, alleen al omdat we ouder worden. Dus hebben we elkaar écht nodig. En ik vind dat persoonlijk een mooie ontwikkeling. We hebben allemaal dezelfde wens: het goede doen voor de mens. Daarin heeft elke organisatie een eigen kijk, maar hetzelfde doel. Daarin kunnen we de verbinding vinden.’

Vorm

Heb je een vraag?

Neem contact met ons op

Wil je meer weten over onze ondersteuning? Je kunt ons een bericht sturen of bellen. Samen kijken we hoe wij jou kunnen ondersteunen.